‘Ik zeg op feestjes liever niet welk werk ik doe’
‘Het Nederlands Genootschap van Abortusartsen bestaat dit jaar vijfentwintig jaar. Ik zwaai binnenkort na twee termijnen af als voorzitter. Zelf werk ik ook al vijfentwintig jaar als abortusarts. Onze vereniging heeft sinds 2008 richtlijnen en indicatoren opgesteld, in die zin hebben we heel veel bereikt. Maar ik ben ook een beetje teleurgesteld. Onderling vormen de abortusartsen niet een heel hecht wereldje, er is weinig saamhorigheid en dat terwijl er maar veertig actief zijn. Dat wordt misschien nog versterkt door de opstelling van de kliniekdirecties, die elkaar als concurrent zien waar samenwerking juist zou helpen. Wat ik ook jammer vind, is dat we nog steeds in dezelfde taboesfeer zitten als twintig jaar geleden. Die maakt wat golfbewegingen met altijd een piek van negativiteit als de cijfers van het aantal zwangerschapsafbrekingen van de inspectie komen. Dan zeggen de tegenstanders weer: o wat veel, wat veel. Het is ook veel, dertigduizend abortussen per jaar en ieder jaar neemt het aantal abortussen in de late zwangerschapsweken wat toe.