Gynaecologen: intensivering samenwerking geboortezorg moet sneller
Nederland stabiliseert haar positie in de Europese middenmoot en blijft dus ver verwijderd van de gestelde ambitie om de top 3 te bereiken. De verbeteringen in de geboortezorg zijn volgens de Nederlandse gynaecologenvereniging (NVOG) vooral het resultaat van de steeds intensievere samenwerking tussen kraamverzorgenden, verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen. Van Lith: “We schatten in dat in regio’s waar echt intensief wordt samengewerkt de resultaten sneller verbeteren dan in andere regio’s. De eerste signalen uit rapportages van zorgverzekeraars zijn bijvoorbeeld dat in een integrale geboorteorganisatie het aantal complexe ingrepen, zoals keizersneden, daalt. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Overall wordt nog altijd 65% van de zwangeren tijdens de zwangerschap of bevalling doorverwezen van verloskundige naar het ziekenhuis. Dat onderstreept het belang van elkaar goed kennen en als één team samenwerken voor moeder en kind. Deze ontwikkeling mag wat ons betreft in een hoger tempo plaatsvinden.”
De toegenomen capaciteitsproblematiek in ziekenhuizen versterkt de noodzaak om integraal te werken. De personele tekorten bij verpleegkundigen, kraamverzorgenden en kinderartsen in ziekenhuizen zijn zorgelijk. De bevalling moet plaats kunnen vinden op de locatie die medisch en sociaal het meest wenselijk is. De juiste zorg op de juiste plek, met de juiste zorgverlener.
van Lith: “Als alle zorgverleners in één team samenwerken, kan er bijvoorbeeld door ziekenhuizen veel beter geanticipeerd worden als iemand bij een thuisbevalling toch naar het ziekenhuis moet. Bij een eerste kind gebeurt dit nog altijd bij de helft van alle bevallingen.”